Uit het archief van de Jongelings Vereniging op Gereformeerde Grondslag ‘Eben Haezer’

Uit het archief van de Jongelings Vereniging op Gereformeerde Grondslag ‘Eben Haezer’
Er is een verwijzing naar de Knapen vereniging. Ook werd vroegtijdig geschreven over de Meisjes Vereniging om samen een jaarfeest te vieren. De Muziekvereniging had ééns op dezelfde avond hun oefening, “want er was niet veel van het onderwerp te horen, maar muziek erbij was wel gezellig.” In de jaren ’20 oefende ook een zangkoor op dezelfde tijd in de kerk. 
In 1935 is de Vrouwenvereniging opgericht.
Dus veel activiteiten in de kerk, terwijl niets vermeld werd over een Jonge Meisjes vereniging evenals Kerkeraadsvergadering, catechisatie of Zendingscommissie. 
De notulen van de oprichting Eben Haëzer zijn niet aanwezig, wel een losse bladzijde van de vergadering van 25 Sept. en 2 Okt. 1910. Daarna werd eerst in een dun schriftje en vervolgens steeds in de bekende dikke boekwerken met stevige kaft geschreven. Bijna altijd met inkt, een heel enkele keer werd het verslag vermeld met potlood. Niet alle jaargangen zijn in de kerkkasten blijven liggen. 

Vanaf 16 jaar mocht men toetreden. Eenmaal bleek achteraf dat een lid nog 15 jaar was. Dat moest in het vervolg beter onderzocht worden, dit mocht niet weer gebeuren. Later werd deze jongeman heel vaak vermeld als afwezige. Vanaf het begin tot 1960 werden de afwezigen in de notulen vermeld. In al die jaren was er niet één vergadering waar iedereen aanwezig was.
In 1912 lezen we: “Niet aanwezig: betalen boete 5 cent” of “Niet voordragen: 2,5 cent”. 

2. Ter Leering en ter Versterking van de onderlinge band
De vereniging was opgericht ter Leering en ter Versterking van de onderlinge band. Het bestuur bestond uit: voorzitter, alg. adjunct, secretaris, penningmeester en bibliothecaris. 
16 Juni 1912: Na opening met een Psalmvers, gebed en notulen werd een Bijbelbespreking gehouden, vervolgens een opstel met Bijbels onderwerp. Het gedicht dat voorgedragen werd heette ‘Loeks het gliek’. 
18 Aug.: Het voorstel om iedere week te vergaderen werd aangenomen. De vereniging “verzoekt de Eerevoorzitter de roepingen niet aan te nemen maar in Sellingen te blijven.”
Op 20 Okt. wordt besloten om de Eerevoorzitter een cadeau te geven wegens zijn vertrek.
27 Okt: “Besloten werd om over te gaan tot het werven van begunstigers.” Dat betekende dat de kas gespekt moest worden vanuit de kerkelijke gemeente, via een rondgang met een lijst.  
24 Nov.: Met bijna algemene stemmen was men voor om bij ‘de Bond’ aan te sluiten.

Het volgende aanwezige boek begint op 29 Nov. 1914. Het boek Handelingen werd per hoofdstuk besproken nadat een aangewezen lid daar een inleiding over had gemaakt. Daarna kwam een opstel ‘Jacob bij Laban’ en nog een ‘Vaderlandse Geschiedenis opstel’, vervolgens nog een of twee voordrachten.
Op 3 Jan. 1915 werd “voorlopig besloten om op biddag, evenals het vorige jaar, het jaarfeest te vieren.”
Regelmatig werd vermeld dat de inleider of opstel- of voordrachtleveraar niet op tijd klaar gekomen waren met hun opdracht: dan ging men over tot Bijbelbespreking en kwam de opdracht de volgende keer erbij.
21 Febr.: De “vrienden van Mussel, die als Ringbezoekers in ons midden waren, een hartelijk welkom had toe geroepen.” “Als afgevaardigden naar ’t feest der Herv. Jongl. Vereen. alhier werden aangewezen xxx, naar ’t feest der knapenvereeniging werden aangewezen xxx.”
In de zomermaanden vergaderde men om de twee weken.
5 Sept. besloot men een vragenbus te plaatsen.

3. Vragenbus
19 Sept. 1915: “Naast de reguliere onderwerpen werd de vraag besproken of een lid van de Geref. Jongel. Vereeniging zich bij een sportvereeniging mocht aansluiten.”
Een periode van vragen brak aan.
17 Juni 1917: “Er werden nog twee vragen besproken uit de vragenbus. Deze luiden: “Mag een lid van de Jongelingsvereeniging naar een tentoonstelling?” Deze vraag was makkelijk te beantwoorden. Ieder lid weet wel dat hij niet naar zulke feesten mag. De tweede vraag luidde: “Mag een Geref. Jongeling verkeering hebben met een Hervormd meisje?” Daarover werd besloten dat het wel mocht indien het meisje van goed geloof was.
8 Juli: Weer een vraag uit de bus: “Mag een Christen sterke drank drinken?” Hierover werden verschillende meeningen uitgesproken.
15 Juli: Opnieuw een vraag: “Is het geoorloofd op Zondag in een tram of trein te reizen?” Het is op Zondag niet geoorloofd om met de tram of trein te reizen. Voorts werd onze vergadering bezocht door Ds. Speelman.
22 Juli: Weer twee vragen: “Mag een Geref. Jong. In een lotterij spelen?” Waar over besloten werd dat het niet mocht. “En mag een Geref. Jong. op Zondag gaan zwemmen?” Hierover werden verschillende meeningen uitgesproken.
5 Aug.: Nog eenige vragen: “Mag een lid van de vereeniging onder de pauze weggaan?” Op deze vraag behoefde men niet te antwoorden, want het reglement besliste deze zaak. De volgende vraag werd beantwoord met “Dat scharrelen niet geoorloofd is.” En “lange verkeering is wel goed”. Het laatste antwoord vandaag was: “Een Christen mag op Zondag geen herberg betreden.”
12 Aug.: Vragenbus: “Mag een Geref. Jongl. ’s Avonds op straat loopen?” Antwoord: “Een Geref. Jongl. Mag ’s avonds wel op straat loopen maar niet in een verkeerd gezelschap.” Een twee vraag waarop het antwoord was: “Een Geref. Jong. Mag s’ avonds wel biljarten maar niet in een herberg.”
19 Aug.: “Opstellen of voordrachten werden niet geleverd.” Dus had men tijd om uit de vragenbus gesprekstof te halen: “Mag een Geref. Jongl. Des Zondags op visite gaan en de kerk en de Jongelingenv. Verloopen?”, waarover verschillende meeningen werden uitgesproken. Ook over de vraag omtrent ‘kaartspelen’ werd verschillend gedacht.

In 1917 werd meerdere keren na de korte pauze weer opgestart met het zingen van het Wilhelmus. 

4. Titels van opstellen rond de tijd van 1916
Joh. Knox                                            De hervorming in Engeland
Luther                                                 Geert Groote
Johannes Hus                                    Johannes Wyclif
Predikheeren en Minderbroeders
Waldenzen                                         Keizer en Paus
Godsdiensttwisten in het twaalfjarig bestand
Alva’s schrikbewind                           Justinus de martelaar
Regent en landvoogd                         Aschar de apostel van het Noorden
Ignatius en zijn tijd                             Ons bestaan van handel op Oost Indië
Prins Maurits                                      De martelaren onder de Dominicanen
Bonifatiüs                                           De scheuring van het rijk van Israël
Hagepreken en Beeldenstorm           Mohammed
Ridder en kloosterleven                     Het verval der kerk
Kruistochten                                       De Bartholomeüsnacht
Beleg van Haarlem                             Menno Simonsz
Johannes Christosthemos                  Johannes Calvijn
Karel de Groote                                 Ambrosius
De laatste stuiptrekkingen van het heidendom
De Gilden                                           Constantijn de Groote
De laatste vervolgingen                     De Oostindische Compagnie
De onoverwinnelijke vloot.

In onze tijd, mochten we zo’n onderwerp krijgen, wordt het ingetoetst en opgezocht op Google. Onze voorvaderen hadden hiervoor hun bibliotheek. Regelmatig werden studieboeken besteld, soms nieuw, maar vaak werd over de prijs van een studieboek onderhandeld met derden. Ook bood de Sellinger vereniging gebruikte boeken te koop aan. In beide gevallen werden advertenties gezet.

Een geschreven Catalogus van na 1927 (het Soemba gedenkboek van dat jaar wordt vermeld) heeft:
Leesboeken                                        133 stuks
Studieboeken:
Gewijde geschiedenis                        20 
Maatschappelijk Onderwerp              8
Geloofsbelijdenis                               5
Anti Revolutionaire Beginselen          5
Vaderlandse Geschiedenis                 5
Kerk Geschiedenis                              12

5. Kerkbouw
De vergaderingen werden steeds geopend met een Psalmvers, waarna ik me realiseerde dat in die tijd de 29 gezangen nog niet aanwezig waren in de Gereformeerde kerk. 
Zo werden zeer regelmatig Ringvergaderingen bezocht of men was als afgevaardigde van Sellingen aanwezig bij de jaarfeesten van de andere Jongelings vereenigingen in de classis. Er werd niet vermeld hoe men er heen ging. Er reed een tram van Winschoten naar Ter Apel, maar of die ’s avonds ook nog personen vervoerde? Deze weg was in die tijd verhard, alle andere wegen waren zandwegen en de winters waren echte winters. Weer een groot vraagteken en heel veel respect.
Er werd regelmatig aan herinnerd dat men de geloofsbrieven niet moest vergeten mee te nemen naar deze vergaderingen.
15 Oct. 1916: “Daar de kerk deze week zou afgebroken worden werd besloten voortaan in de Christelijke School te vergaderen. De vergaderingen zullen plaats (vinden) Zondagmiddag dadelijk na de kerk”.
22 Oct.: ”Daar er geen lamp in de school aanwezig was moest het houden van een voordracht overgaan.” Verderop: “Nadat 2 leden waren aangewezen om te zorgen voor een lamp, werd de volgende vergadering vastgesteld.
Op 5 Nov. 1916 nam meester van Loo afscheid als voorzitter. 
Op 10 Dec. 1916 werd als nieuw lid ingeschreven meester van Veen en de eerstvolgende vergadering nam hij het voorzitterschap op zich. 
Regelmatig bedankte iemand als lid, daar hij de dienstplicht moest vervullen. Ook bedankte men voor het lidmaatschap als men een cursus volgde. Anders liep de contributie wel door.
28 Jan. 1917: Het voorstel de contributie met 5 cent te verhogen werd aangenomen. “Jaarfeest werd uitgesteld tot 1 Maart a.s. met het oog op de kerkbouw”.
18 Mrt. 1917: Na een paar keer stemmen, omdat de stemmen staakten, besloot men om 6 u. te vergaderen.

6. Oorlogsdreiging
16 Sept. 1917: “Met het oog op de schaarschte van ’t licht werd besloten, voortaan ’s middags direct na de kerk te vergaderen.”
4 Nov.: “Er waren van de begunstigers (nu donateurs) 8 personen aanwezig”. Dit is de enige keer te lezen dat er een echte pauze gehouden werd en koffie geschonken is.
17 Febr. 1918: “Tenslotte had de kerkeraad een schrijven gezonden, waarin zij uitsprak dat ze de vereen. De kerk niet durfden toestaan om het a.s. te houden Jaarfeest met het oog op den ernst der tijden, werd besloten het jaarfeest te doen overgaan.”
31 Mrt.: Er werd heel trots een eigen stempel in gebruik genomen, welke 11 keer gebruikt is. Dat was het.
Al een paar jaar waren bij de ingekomen stukken ook verzoeken om giften. Vooral uit de militaire hoek. Zo was er op 6 Mei 1917 een verzoek van de Nederlandsche krijgsmacht voor een bijdrage voor de tijdelijke militaire tehuizen. Hiervoor werd een rondgang door de gemeente gehouden. Dat had f. 22,25 opgebracht. Hiervan kreeg het Centrale Comité de helft, de andere helft werd voor Noord Brabant en Limburg bestemd. Niet alle verzoeken werden ingewilligd.
28 Apr. 1918: De ‘Middernacht Zending’ verzocht om steun. “Besloten werd hiervoor te collecteren door middel van prikkaarten. Hiermee zullen de schoolkinderen worden belast.”
9 Jun.: Er werd besloten om 6 u te vergaderen, er waren zoveel leden afwezig dat hun namen niet opgeschreven zijn.
24 Nov. 1918: “Ten eerste werd door de voorzitter voorgesteld het Reglement te herzien, omdat de vereeniging niet naar ’t reglement zoals het thans is kan leven. Waar het dit winter tien jaar geleden is dat de vereeniging werd opgericht, stelt de voorzitter voor om dit feestelijk te herdenken, waartoe werd besloten. De secretaris werd belast met het laten komen van samenspraken.”
Na het boek Lucas zal na overleg het boek Richteren op de bespreek agenda staan.
19 Jan. 1919: Het Jaarfeest zal gehouden worden op 17 Februari.
Notulenboeken zijn afwezig tot 24 Febr. 1924.

7. Vrienden
De benaming ‘Vriend’ wordt vanaf nu standaard gebruikt tot aan 1960, evenals ‘Broeder’. Kennelijk om de verbondenheid te bevestigen. In 1960 gaat de vereniging samen met de M.V. 
De vorm, het principe en dag van samenkomst (zondag) van de vereniging is niet gewijzigd.
9 Mrt. 1924: Er werd een rooster gemaakt, zodat men vroegtijdig wist wanneer men aan de beurt was voor het maken van zijn opstel over: Gewijde geschiedenis, Kerk geschiedenis, Geloofsbelijdenis, Vaderlandse geschiedenis. Hiervan waren er steeds twee na de pauze. Voor de pauze werd een Bijbelboek gelezen en besproken. In de maanden juli en augustus werd om de twee weken vergaderd.
2 Nov.: “Door vriend xxx wordt voorgesteld om een jaarvergadering te houden en wel zoo mogelijk met de Meisjes vereen.” Daarvoor werden de voorzitter en de secretaris als afgevaardigden aangewezen om de meisjesvereeniging te bezoeken en persoonlijk de uitnodiging over te brengen. 
16 Nov.: “Hier wordt positief op gereageerd door twee afgevaardigden van de meisjes vereen.”
Alles ging officieel, zowel persoonlijk als schriftelijk. 
“P.S. Verder is nog besloten dat die vrienden die hun inleiding of opstel niet leveren volgens het rooster ook blijven aangewezen voor hun werk, zoo dat wij dan op de volgende vergadering drie of vier onderwerpen hebben. Vrienden nogmaals doen wij een beroep op U aller medewerking. Laat U toch niet overheerschen door een zekere luiheid of laksheid, wij behoeven hier niet te komen met geleerd betoog. Maar wij komen hier om iets van elkaar te leeren, om ons te samen onderling op te werken tot nuttige leden van Kerk, Staat en Maatschappij.”
21 Dec. 1924: De voorzitter merkt op: “Dat vroeger in de notulen is opgenomen de verordening dat er onder de bijbelbespreking niet gerookt mag worden en vraagt hij de vrienden of ze daar enigszins rekening mee willen houden, waarop niemand iets tegen heeft.”

8. Jaarvergadering
3 Jan. 1925: Op deze jaarvergadering werd een uitgebreid verslag door de secretaris gegeven.
Op 17 Maart 1917 was de laatste jaarvergadering gehouden. Hij omschreef dat de redenen waren: “Dat onze JV eigenlijk niet was wat ze wezen moest. Er heerschte niet de echte bezieling”. De woorden ‘laksheid, luiheid, kwijnend bestaan en geen animo’ werden geschreven. Het boetekleed ging aan, maar ook voelden ze zich niet genoeg gewaardeerd. “Dat wij als J. V. vaak op een verkeerde manier werden becritiseerd en dat die critiek niet bestond in een opbouwende maar in afbrekende critiek. En zoiets werkt verlammend, vooral op jongelingen.”
“Wat de financiën aangaat, deze is wel geen millioenen nota en neemt wel niet zulke hooge cijfers in beslag als die van de rijksfinanciën.
Per 1 Jan. Aan kas was f 13,50. De rondgang door de gemeente bleven ze nodig hebben, want ‘Begunstigersgeld f 43,00’ werd onder andere gebruikt voor de feestavond en ook de bibliotheek werd regelmatig aangevuld, steeds na overleg binnen de vereniging.
Het werd zeer gewaardeerd dat 1x per maand iemand van de kerkeraad aanwezig was.
De voorzitter werd bedankt voor 5 jaar leiderschap met “een klein cadeau, het bestond uit een vulpenhouder en 50 sigaren.”
10 Mei: De inleider behandelt achtereenvolgens “de gemeene gratie en de particuliere genade, dan de uitverkiezing in verband met de gemeene gratie en de reden waarom wij liever spreken van Gemeene Gratie, dan van algemeene genade. De secretaris werd opgedragen een advertentie te plaatsen over de aanvraag van bronnen over ‘Gemeene Gratie’.”
17 Mei: Het voorstel werd gedaan om de ene week op zaterdag te vergaderen en dan ’s avonds om half acht, zomertijd. De zondagmiddag bleef dan staan voor de andere week. In 1925 was de opkomst zeer matig en de discussies na de inleidingen ook.
“Door te geringe opkomst der leden is de vergadering van 6 Juni niet doorgegaan”.
14 Juni: “Met algemeene stemmen besloten tot aanschaffing van de Gemeene Gratie van Dr. A. Kuyper voor slechts f 20,00. Later was te lezen dat het uit 3 Deelen bestond.
Ook werd besloten om de 14 dagen te vergaderen, maar de verslagen doen vermoeden dat dit 1x per maand was.
28 Juni: Inleiding over ‘Anti Rev. Beginselen Art. 1’.
Op 6 Sept. werd Art. 2 besproken en ging men terug naar elke zondag vergaderen.
20 Sept.: “Zoals gewoonlijk zwijgen de meeste leden bij de bespreking.”
Op 22 Nov. 1925 kwam de Eerevoorzitter, ds.Speelman op de vergadering, daar hij de volgende week afscheid van de gemeente zou nemen. Op deze vergadering nam hij afscheid van de J.V. met de woorden: “Moge Gods zegen verder op uw werk rusten. Bismarck heeft vroeger reeds gezegd: Moeilijkheden zijn er om overwonnen te worden. Bidt God dan om wijsheid.”

9. Nog een jaarvergadering
Dec. 1925: Voorbereidingen voor het volgende Jaarfeest met de M.V. op voorwaarde van de M. V. “Zoo mogelijk in de laatste helft van Januari of anders begin Februari in verband met volle maan.”
13 Dec.: De “regelingscommissie deelt mee dat de meisjesver. Geen spreker wil laten optreden, maar de voorkeur aan eigen werk geeft.” Men is het met elkaar eens na discussie, dat “samenspraken niet op de J. V. horen , maar een noodzakelijk kwaad is”. Voor het feest moest men weer langs de begunstigers om de kas te vullen. Hiervoor werd de gemeente in verschillende wijken verdeeld: “Sellingerbeetse, Boven ’t kanaal, Ter Wisch en Zwarteveen, Sellingen en Ter Borg, Leemdobben tot Jipsinghuizen, Zuidveld en Wessingtange.”
20 Dec.: Het was een gespreksonderwerp wie toegelaten werd op de jaarvergadering. “Besloten werd, dat van de kansel zal worden afgekondigd dat allen die belangstellen in het werk der Vereeniging vrije toegang hebben. Entreekaarten á 5 cent zullen bij de deur gratis worden afgegeven met het oog op de belasting.”
3 Jan. 1926: “Na de heropening der vergadering bleek dat de inleider Vad. Gesch. In de pauze was verdwenen met nog twee andere vrienden.” Als de M.V. het goed keurde dan was nu het voorstel om 10 cent entree te heffen.
Op de volgende verg. had de M.V. de wens gemeld om gratis kaarten af te geven en alleen toegang voor leden en begunstigers te geven. Dit werd nu aangevuld “door de leden uitgenoodigden, zoodat de leden zelf de verantwoordelijkheid dragen voor het publiek.” Ook werden afgevaardigden uitgenodigd “van de Herv. Jong. Ver alhier en de Ger J V. te Mussel, Vlagtwedde en Ter Apel.”
3 Febr.: Op de jaarvergadering werd een heel gedetailleerd verslag voorgelezen. Vrij snel na de opening schrijft de secretaris: “Als eerste van Gods veelvuldige zegeningen zou ik dan kunnen noemen het feit, dat dit jaar niet één van onze leden door de dood werd weggenomen en ook niet één door een ernstige ziekte werd getroffen.” Er kwamen regelmatig rouwadvertenties voor in het Jongelingenblad. Verder uitgelicht onder andere “Over veel medeleven van de ouders kunnen we niet roemen. Slechts één keer gedurende dit jaar was één vader aanwezig.” “De kerkeraad heeft ons in het jaar 1925 niet bezocht. In 1924 was er op de Kerkeraadsvergadering besloten dat elke maand een vertegenwoordiger van dat kollege ons zou bezoeken. De kerkeraadsleden hebben zich daar niet aan gehouden. Tenminste niet in het jaar 1925. ’t Kan zijn dat dat besluit pas in werking treedt 2 jaar na afkondiging. De wens wordt uitgesproken dat ze zullen komen uit belangstelling en niet “uit noodzaak of dwang. En gij ouders, belooft ge ons van ’t jaar ook eens te bezoeken?”

10. Geen grote motivatie
8 Febr. 1926: “De voorzitter gaf zijn indruk weer van de jaarvergadering. Hij vond het beter, indien geen samenspraken waren gehouden en in elk geval vindt hij het zich verkleeden niet goed. De samenspraken gaan bezijden het doel van de Jong. Ver. En is de bespreking op de inleiding niet tot haar recht gekomen.”
21 Febr. “Wegens vergadering van manslidmaten om een dienaar des Woords te beroepen is er geen vergadering geweest.”
Het was een intensieve periode van uitwisselingsbezoeken, zowel met Hervomde J.V. alhier als ook met de omringende plaatsen. Daarnaast gingen afgevaardigden naar de Ringvergaderingen, meestal in Ter Apel, ook 1x per maand. Tegelijkertijd was dit een periode met vaak een vermelding dat de inleider “niet geleverd had“ of niet aanwezig was. Naar verhouding was de absentie groot. Er was een actieve kerngroep. Deze deden mee aan de besprekingen. Om dat wat breder te krijgen werd op 11 April besloten om op elke vergadering “vier vrienden aan te wijzen die verplicht zijn een vraag te stellen.”
19 Dec.: Uitnodigingen naar vijf omringende plaatsen met het verzoek om twee afgevaardigden te sturen voor de aanstaande jaarvergadering.
Deze werd gehouden op 10 Januari 1927: 
 xxx “Vr xxx dacht misschien dat het bij de vrouw gezelliger was, dan op de vereeniging. Hij heeft tenminste “sinds hij getrouwd is onze vereeniging noch niet weer bezocht.” Evenals in de vorige jaarvergadering werd de voorzitter zeer geprezen. “Ja Voorzitter, Zoolang wij, leden maar enigszins kunnen, zullen we strijden voor ’t behoud van U als voorzitter.” ”Slaan wij soms verkeerde wegen in, U weet ons steeds weer op het rechte pad te leiden.” Ook dit jaar geen belangstellend bezoek van de ouders. Ook de kerkeraad kreeg een sneer mee, want opnieuw was er niemand geweest. “Onze hartelijke dank voor het vele vertrouwen.”
20 Maart: De secretaris roept de leden op om allemaal mee te doen met de besprekingen. “Vele vrienden komen hier dikwijls om niets dan hooren en zien, komaan jeugdige vrienden, stelt ook eens een vraag of geeft een antwoord, wees niet bang dat ge iets verkeerd zegt. Wij zijn hier toch als jongelingsvereeniging bij elkaar en het doel van onze vereeniging is toch om elkaar op te bouwen tot nuttige leden van kerk, staat en maatschappij. Laat toonen dat gij niet langer tot de zwijgeraars behoort.
10 Juli: “Besloten wordt om geen vragenstellers meer op te geven”. De aangewezen personen waren zo vaak niet aanwezig, dat dit nutteloos was.

11. Het 4e Gebod.
31 Juli 1927: Vanwege “de drukte” gaat deze vergadering ook niet door, maar gaat men in september verder.
Zo had men van maart tot mei ook al 9 weken ‘vacantie gehouden’.
Als er geen inleiding gemaakt was of de inleider was afwezig, dan ging men over tot “de schets met toelichting uit de Leidraad.” In deze periode gebeurde dat vaak. De Leidraad werd besteld per x aantal, en was geen maandblad.
23 Oct.: De secretaris werd opgedragen om aan Ds. V d Sluis te schrijven dat hij f 16,40 zou ontvangen, dan moest hij zelf voor een auto zorgen als hij hier kwam te spreken. “De secr. Moest naar de J. V. in Winschoten schrijven en hen vragen hoeveel Jongelingen van hunne vereeniging naar de meeting te Groningen gingen om te weten te komen of wij misschien gezamenlijk op één gezelschap biljet konden reizen.”
15 Jan. 1928: “Wegens avonddienst in de kerk werd er ’s middags 2 uur vergaderd.” Weer was er geen inleiding, daarom werd Ex. 20 en het volgende hoofdstuk besproken. “Naar aanleiding hiervan wordt een levendige bespreking gehouden over het 4de gebod. En wel voornamelijk of een jongeling des Zondagavond een meisje mag bezoeken. Voor een deel der leden werd deze vraag toestemmend beantwoord door een ander deel beslist ontkennend. De discussie hierover loopt zoo breed dat ze tenslotte om 20 min na 3 afgebroken moest worden.” Na de pauze bleek dat er geen opstel gemaakt was, “waarom nog eenigen tijd doorgegaan wordt met bespreking van de straks genoemde kwestie”. Omdat men hier op de vereniging niet tot ‘overeenstemming’ kwam, zou deze vraag in het Jongelingsblad geplaatst worden.
Dit was de enige keer dat er sprake was van een ‘levendige’ discussie. Meestal waren het 3 of 4 leden, die samen met de voorzitter het woord voerden, een enkele keer was de animo nul.
22 Jan.: Nu is hun oude vertrouwde voorzitter aanwezig, hij is ook al jaren kerkeraadslid. “Door een der leden wordt de voorzitter’s oordeel gevraagd over de vorige week behandelde ‘Zondagavond kwestie’. Deze zet zijn standpunt uiteen. Hij keurt de wijze waarop hier meestal de Zondagavond wordt doorgebracht af, maar wanneer men eenige avonduren, en dus geen nacht, bij zijn meisje doorbrengt, is dit naar zijn oordeel wel geoorloofd.”

12. ’t Kan verkeeren
25 Maart 1928: “Wegens geldgebrek af te zien van het aanschaffen van een tafel.” Voorstel om alle ouders en begunstigers eens in de maand uit te nodigen op een gewone J.V. avond en dit door de kerkeraad bekend te laten maken. Dat zullen ze dan een ‘openbare propaganda vergadering’ noemen.
Op 1 April komt het voorstel om de M.V. hierin mee te laten doen om samen de verenigingen te promoten. Zondag 15 April is het zover. “Aanwezig 20 leden” en “Verder was de gansche M. V. bijna vertegenwoordigd.”
29 April: Naar aanleiding van Richteren 13 –17 werd de vraag besproken of “een Gereformeerde jongeling huwen mag met een Hervormd meisje en omgekeerd. De voorzitter zegt dat hij hierin zeer ruim van hart is, daar ook in de Herv. Kerk goede gelovigen zijn. Door een vriend wordt dit echter fel bestreden. Zijns inziens kunnen er in de Herv. Kerk geen goede gelovigen zijn daar in dat genootschap de tucht niet gehandhaafd wordt en men dus met allerlei soort menschen ten Avondmaal gaan moet.” “Wegens tijdgebrek komt men niet tot overeenstemming.”
6 Mei: Op deze vergadering kwam de voorzitter terug op de woorden van deze vriend. Hij relativeerde de felle reactie van het lid met de woorden: “Dat er bij het aanknoopen van verkeering gewoonlijk niet over de geestelijke zaken gesproken wordt. We moeten eerst bedenken dat we Christen zijn en pas in de tweede plaats dat we Geref. Christen Zijn”.
13 Mei: Het voorstel werd gedaan om “zoo mogelijk in samenwerking met de M.V. een tafel te bestellen. Hierover zal de M.V. maandagavond op hare vergadering bezocht worden”.

Of de tafel nog gekocht is, vermeldt de historie niet, want het volgende Notulenboek begint in 1940.

13. Oorlog
Vanaf 1912 tot 1929 werd steeds een oproep gedaan om meer leden op de vereniging te krijgen. Daar gaf men geen gehoor aan. 
Kennelijk had men in deze tijd meer behoefte aan saamhorigheid en verbinding, want op woensdag 30 Oct. 1940 kwam men met 33 Jongelingen bij elkaar om te bespreken wie op zondag en wie op dinsdag wilde vergaderen. De Zondagsgroep ging naar een andere ruimte en koos daar het bestuur.
De lijn van vergaderen bleef gehandhaafd, zoals het steeds was geweest. 
Zondag 23 Mrt. 1941: Eén van de leden “was gebombardeerd tot voorzitter van de J.V. in de week, waarna nog een papiertje getrokken werd welke vereeniging een inleiding moest maken voor de gecombineerde verg. De J.V. in de week was zo gelukkig om daar voor te zorgen.”
3 Apr.: “Ook werd besloten om die vrienden die men zoo lang al niet op de J.V. zag eens een briefkaart te sturen met een vermaning om de J.V. trouw te bezoeken.”
15 Mei: “Besloten was op de bestuursvergadering dat de leesboeken van nu voortaan maar om de 14 dagen verkrijgbaar waren in de kast, en dat degenen die ze langer in huis hielden beboet zouden worden met 5 cent in de week”.
8 Juni: “Vriend xxx had een verslag van de Bondsdag, gehouden Hemelvaartsdag te Amersfoort. Waar onder andere in stond “Wat de toekomst zijn zal dat weten we niet, maar we weten wel dat de Heere van ons trouw vraagt. Hij wil dat we spreken. Ik heb geloofd en daarom arbeid ik. En dien arbeid mogen we niet staken om Gods wil. Moge het Bondsblad die we sedert 1902 week aan week verschijnen zagen, thans zwijgen. Maar God gaat door en gaat voort met zijn werk en hij is Degene die is en die was en die komen zal. Hij zal alzoo wederkomen waarom we nooit onzeker voor de toekomst behoeven te zijn.”
3 Juli 1941 was het laatste verslag van de J.V. in de week. Niets wees op een wijziging, want de voorzitter die in maart nog verkozen was, kwam met verdriet afscheid nemen. Men had een nieuwe voorzitter gekozen en de leden met de te behandelende onderwerpen staan vermeld.
28 Sept: “Van de Bond kwam een schrijven binnen, hetwelk inhield het verwijderen van de schetsen Vaderl. Gesch. uit de bibliotheek, volgens een door de Bond ontvangen bericht van de Procureur Generaal te Leeuwarden”. 
 19 Oct.: “Pauze. Hierna werd de vergadering heropend met het zingen van de beide eerste coupletten van ons Bondslied, hetgeen uit volle borst geschiedde.” 
Het Bondslied werd in de oorlog vaker tijdens een vergadering gezongen. 
“In de rondvraag aandacht voor een schrijven van de Bond. Wij weten het allen, en de historie heeft het telkens weer bewezen, (aldus het Bondsbestuur) dat in het leven naar Gods Woord het geheim onzer geestelijke kracht ligt. Zolang we daaraan vasthouden, staan we sterk tegenover allen, die ons moeilijkheden in de weg leggen en kunnen we ons ook ervan overtuigd houden, dat God ons Zijn hulp niet zal onthouden, hoe diep misschien de weg moge zijn, die we moeten gaan.”

14. Wel oorlog en spanning, toch probeert men het gewone leven te leiden
Zondag 16 Nov. 1941: “In de rondvraag vestigde de penningmeester van de J.V. - welke in de week vergadert - er de aandacht op dat genoemde vereniging geheel verloopt.”
18 Jan. 1942: De meisjesver. was met het voorstel gekomen weer samen een jaarfeest te houden. Op 1 Febr. werd besloten dat “het Jaarfeest gehouden zal worden op de Tweede Paasdag.”
15 Febr.: “Verder een schrijven van de Bond over het uitverkocht zijn van verschillende uitgaven etc.”. Tijdens de rondvraag kwam er nog iets uit de oude doos, namelijk de oude boekenkast van de J.V. welke in de consistorie stond - voor de verbouwing van het kerkgebouw. Ds. Reinders namelijk had een oogje op bedoelde kast. “Wij hebben toen met de hand es over het hart gestreken en hem het kleinood cadeau gegeven.”
8 Maart: Tijdens de rondvraag: “Verder werd besloten een schrijven te richten aan de Raad der Geref. Kerk te Sellingen, waarin wordt verklaard de bibliotheek (leerb.+ bronnen, leidraden) etc. aan genoemde raad over te dragen onder recht van voortdurende bruikleen.”
24 April: “Onder de ingekomen stukken bevond zich een uitnodiging van de Ring ‘Wildervank en O. voor een op Pinkstermaandag te houden jubileumfeest. De ring bestaat dit jaar 50 jaren en was de eerste in onze Provincie.”
Onzekerheden over het geplande M.V en J.V. feest, dus of het gehouden is???
30 Mei: “Verder bericht van onze Bond dat het bordje ‘Verboden voor Joden’ niet meer geplaatst hoeft te worden aan lokalen van de Kerk.”
14 Juni: “Op verzoek van de Eerevoorz. Ds. Reinders werd besloten de volgende vergadering “de samensmelting der Dolerenden en Afgescheidene Kerk in 1892 te behandelen, zulks in verband met de vijftigjarige herdenking daarvan.”
21 Juni: Deze inleiding werd nu al gehouden door een der leden, waarna Ds. Reinders nog een nadere uitleg gaf. “Verder werd nog over een te maken fietstocht naar Emmen gesproken met de M.V. en dan op 1 Juli per fiets naar Ter Apel en verder per sneltrein naar Emmen, dit laatste voor bandenbesparing. Alle vrienden waren hier dan ook voor te vinden.”
Zondag 12 Juli 1942: Alles in de vergadering wees ook hier op voortgang, want er werden voor de levendigheid weer vaste vragenstellers aangewezen en personen en onderwerpen vermeld, maar de schriftelijke notulen zijn gestopt. Ook weer abrupt.

15. ‘Geachte aanwezigen’, zo begon het Jaarverslag op 18 maart 1946.
“Er is niets nieuws onder de zon. Toch hoop ik dat dit verslag uw aandacht enigszins mag trekken, daar ook dit het eerste Jaarfeest is na jaren van onderdrukking en het niet mogelijk was een jaarfeest te houden ook omdat onze vereenigingen verboden werden. De laatste der notulen dateren van 3 Juli 1941 met ondertekening van de toenmalige secretaris L. Huizing die ook deze vergadering heeft besloten met het laten zingen uit Ps 103: 8 9. Geen der aanwezigen zal hebben gedacht dat dit woord: “Gelijk het gras is ons kortstondig leven” aan den secretaris zou worden bewaarheid. Doch Gods wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten hoger dan de onze. Herhaalde keren hebben wij dit ervaren in onze eigen kring, in de bange oorlogsjaren en ook uit ons midden moesten we missen vele onze leden die moesten vluchten voor den wrede onderdrukker.
Na dien tijd toen onze vereenigingen verboden werden werd echter wel doorvergaderd, wat mocht als we minder dan 25 leden waren en een der kerkeraadsleden aanwezig was voor het houden van toezicht, ook hadden we geen functionarissen en waren we een vereeniging zonder voorzitter. Bijbel – Studie – Clubs genaamd en behandelden we Gewijde Geschiedenis en Geloofsbelijdenis, aan politiek mochten we niet doen maar toch zijn we vaker dan eens vergast op een clandestiene inleiding door een der leden waarbij in de bespreking hiervan soms de stukken er af vlogen. Ook voor ons was de bevrijding een herademing en kwamen de onderduikers een voor een in ons midden terug zodat we momenteel 35 leden tellen”.
Wel werd gememoreerd aan twee overleden vrienden, beide door ziekte gestorven het afgelopen jaar, maar nergens en ook later niet, werd de naam van Ds. Reinders genoemd.
De vergaderingen zijn nu op maandagavond met een goede opkomst. “Of het misschien komt doordat de Meisjes Vereeniging dezelfde avond vergadert laat ik aan het oordeel der leden der zelve. Van de35 genoemde leden zij nog vermeld dat 3 dezer leden zich thans in Indië bevinden en binnen korte tijd wij nog enkele vrienden moeten missen voor den militaire dienst.” 
In kas was f 80,00 en door de contributies werden de inkomsten groter dan de uitgaven omdat er nog geen nieuwe boeken verkrijgbaar waren. “Heeft de vereeniging besloten de soldaten, dat wil zeggen de Gereformeerde jongens uit de bewakingstroepen van het interneeringskamp gratis het Jongelingsblad te sturen.” 
“Zo heeft dan God onze vereniging bijna 47 jaar gespaard. Hij was het die haar staande hield al die jaren lang trots moeilijkheden en bestrijding. En op al die zegen Gods ziende kunnen we getuigen: 
Als ik omringd door tegenspoed
Bezwijken moet
Schenkt Gij mij leven
Is ’t dat mijn vijands gramschap brandt
Uw rechterhand
Zal redding geven”.

16. Onze tijd en onze roeping
De eerste notulen zijn vervolgens geschreven op 3 maart 1947.
10 Mrt. 1947: “In de rondvraag kwam nog de gecombineerde ring en kring vergadering ter sprake waarin werd medegedeeld dat we om kwart voor zeven per auto zullen vertrekken”.
2 Juni.: Een gecombineerde vergadering. “De notulen van de M.V. werden gelezen en goedgekeurd, de notulen van de J.V. waren niet aanwezig. Na de pauze en het zingen van het Bondslied kwam de inleiding van vriend… aan de beurt, die wegens zijn afwezigheid gelezen werd door (iemand van de M.V.) welke inleiding handelde over het ‘Huwelijlk’. Hierop werden nog vele vragen gesteld. Onder andere “Op welke gronden de Kerk en de wet echtscheiding toestaat.” “Mag een verloving verbroken worden?” “Mag men Zondagsavonds naar zijn meisje gaan, ook als er kerk is?”, welke allemaal uitvoerig werden beantwoord.”
23 Juni: “Hierna pauze, van deze gelegenheid maakten enige vrienden gebruik om op het kerkplein baldadigheid te plegen, zulks zeker niet ter ere van de J.V. en de goede naam der vereniging”. Dit was kennelijk de druppel die de emmer deed overlopen van de voorzitter, want tot schrik van de vereniging bedankte hij per direkt.
14Juli: Na de pauze volgde ‘hersengymnastiek’. 
21 Juli: “In de rondvraag kwam ter sprake om onze vrienden in Indië een brief te schrijven. En verder werd besloten om vacantie te nemen wegens de werkzaamheden”. 29 september was de eerste vergadering na de zomer.
6 Oct.: Aangezien er nog niet naar tevredenheid een voorzitter aanwezig was werd voorgesteld om meester Mulder hiervoor te vragen. Dat werd door hem aangenomen.
27 Oct.: Een van de leden moest afscheid nemen omdat hij in Indië zijn dienstplicht moest vervullen.

In 1947 kwam het vaak voor dat er geen inleidingen gemaakt waren, ondanks dat de personen wel aangewezen waren om een inleiding over Kerkgeschiedenis, Catechismus of andere leeronderwerpen te houden. Vaak waren ze afwezig, en werd noodgedwongen een gedeelte uit de “Leidraad” bestudeerd. De contributie werd met een dubbeltje verhoogd.
1948: De Bondscontributie was 25 cent per lid, maar was aan het eind van het jaar nog niet betaald.
Begin 1949 werd een feestcommissie benoemd om het 40 jarig bestaan te vieren. Alleen de kas was leeg, dus werd besloten om weer met lijsten te lopen bij ‘begunstigers’.
7 Febr. 1949: “Algemene bestuursverkiezing”. Hierin gaf meester Mulder de vereniging ter overweging een andere voorzitter te verkiezen. Dit werd een week in beraad gehouden.

Hiermee sloot ook dit notulenboek.
De grote lijnen van vergaderen bleef tot 1960 hetzelfde. Toen gingen de beide verenigingen, J.V. en M.V. samen verder onder de naam van de reeds bestaande M.V.naam: “Onze tijd en onze roeping”
Deze naam stond al onder een foto van 1932 van de M.V.

(Samengesteld door Mendel Johannes in samenwerking met Uke Jansons medio 2021)
 
terug